Maandelijks archiefs: mei 2010

Als ik ooit tijd over heb…


De ramen zijn gezeemd, vloeren geschrobd,gordijnen gewassen, de koelkast schoongemaakt en van zolder tot keldergestofzuigd. Dat is het saldo na een weekje werkeloosheid en het einde is nogniet in zicht. De garage moet leeg, de keukenkastjes uitgeruimd en mijn klerengesorteerd.

Qua karakter ben ik een opgeruimd type, maar eenechte huisvrouw ben ik niet. Ik laat graag de vaatwasser een paar uurtjesafkoelen en pak mijn kleren rechtstreeks uit de stapel schone was. Helaas is ervan de gezellige rommel niet veel meer terug te vinden want sinds een week loopik mijn gezin achterna met stofdoek en dweil. Geen kruimel blijft liggen en dewasmachine draait overuren. Ik heb geen rust in mijn hoofd en word gek vanmezelf.

Het gevoel van nutteloosheid brengt zoveel onrustdat ik niet goed weet wat ik met mijn vrije tijd aan moet. Alle plannen in mijnhoofd worden door een onverklaarbare poestdrang verdrongen en het lukt me nietde tijd te vinden om te doen wat ik leuk vind. Ik wil schrijven, maar ik krijgmet moeite een paar woorden uit mijn vingers. Zodra ik de tijd neem om te gaanzitten, piept er iets. De vaatwasser is klaar en hij moet leeg, voordat ikmezelf de tijd gun die ik zo hard verdien. Na de lunch, staren de broodkruimelsop de grond mij beschuldigend aan en schreeuwen net zo lang, totdat ik destofzuiger pak om ze op te ruimen. Twee keer per dag pak ik het gevaarte uit dekast dat normaal hooguit twee keer per week het daglicht zag.

Ik sproei de tuin, ruim de garage op, zoek mijnpost uit en maak het aquarium schoon, totdat het belletje van de wasmachinegaat. Ik vouw de was, ruim mijn klerenkast op en neem het bed af.

Mijn huis is nog nooit zo schoon geweest, maarondertussen heerst er enorme chaos in mijn hoofd. Tijd over hebben betekentplotseling tijd te kort komen voor de dingen die ik nooit eerder echtbelangrijk vond. Ik verloochen mijn idealen en gooi alle prioriteiten overhoop.

Laat mijn huis met rust en breng het alsjeblieftweer in de originele, rommelige staat! Laat de rommel in mijn huis tochalsjeblieft de rust in mijn hoofd terug brengen! Laat mij alsjeblieft werken engewoon weer tijd tekort komen voor de dingen die wel echt belangrijk zijn…


Postiljon 27-05-2010

27 mei 2010
By on 05:20
Banenjacht

Sinds ik weet dat er een einde is gekomen aan een jaar met veel plezier werken in een benzinestation, begeef ik mij in de wereld van vacatures en sollicitaties. Mijn contract wordt niet verlengd, dus snuffel ik rond in de lokale kranten en internet, op zoek naar een nieuwe uitdaging. De banen liggen niet voor het oprapen en daardoor is elke werkgever in de positie om eisen te stellen waar de honden geen brood van lusten. Zo strandde mijn laatste sollicitatie op mijn financiële situatie. Toen, na een ongeoorloofd onderzoek, bleek dat mijn schulden gezien werden als een mogelijk risico voor de inhoud van de kassa, werd ik zonder pardon afgewezen en bestempeld al potentiële dief.

Waar de discriminatiewet bedoeld is om iedereen een eerlijke kans te geven, voorziet hij niet in de methoden die sommige werkgevers hanteren en de mogelijkheden die de moderne techniek te bieden heeft. Het staat tenslotte vrij om vooraf een selectie te maken. Met een simpel onderzoekje op internet, sta je als sollicitant te kijk en moet je oppassen met het plaatsen van foto’s of meningen op de sociale netwerken. Een feestje met vrienden kan je de kop kosten en als je de kater twittert, zal een potentiële werkgever afhaken, zonder ook maar één woord met je gesproken te hebben.

Zelf heb ik geen geheimen. Niks dat ik plaats, kan mij in verlegenheid brengen en ik sta achter elk woord dat is schrijf en publiceer. Hoe oneerlijk de arbeidsmarkt ook is; ik wil mijzelf kunnen presenteren als de harde werker die ik ben. Een harde werker met een persoonlijkheid en een passie die ik ook toepas in de werkzaamheden die mij worden opgedragen.

Misschien ben ik naïef door te denken dat mijn achtergrond geen invloed mag hebben op het vinden van een baan. Waar ik zelf vind dat ik mijn vechtlust bewezen heb, ziet een werkgever dit misschien als tekortkoming of risico. Toch blijf ik geloven in een eerlijke behandeling. Wie mijn gegevens wil opvragen staat vrij dit te doen, maar dan wel met mijn toestemming vooraf. Wie in zee wil gaan met een oprechte, sterke persoonlijkheid, zal verder moeten kijken dan Google of het BKR. Want wie met mij in zee gaat, krijgt iemand in dienst die misschien een rugzakje heeft, maar wel sterk genoeg is om de last te dragen. Iemand vol passie die nog volop gelooft dat eerlijk, hard werken echt loont!

Postiljon 20-05-2010

20 mei 2010
By on 05:50
Theelepel

Op mijn tiende verjaardag kreeg ik van mijn oma een zilveren theelepel. Alle kleinkinderen kregen dit lepeltje met aan het uiteinde de zwart-witte, met email ingelegde panda van het Wereld Natuurfonds. Zo was mijn oma. Haar cadeaus droegen altijd een soort maatschappelijk tintje en als klein meisje voelde ik weleens de teleurstelling over de prentenboeken en museum jaarkaarten die ze me gaf. Maar het lepeltje was anders. Ik werd tien en het lepeltje stond voor mijn beginnende volwassenheid. Het lepeltje was een rijk bezit en vol trots roerde ik er mijn thee mee.

In de jaren die volgden, volgde het lepeltje mijn ontwikkeling. Nadat het lepeltje een tijdje in mijn kamer had gelegen, verdween het in de besteklade om tevoorschijn te komen, zodra de theepot op tafel kwam. In mijn pubertijd troostte het lepeltje mij bij mijn eerste liefdesverdriet dat ik verdronk in het kopje thee dat mijn moeder voor me klaar had staan uit school.

Met vallen en opstaan groeide ik op en verruilde ik thee voor koffie. Ik ging op mezelf wonen, samenwonen en weer terug op mezelf. Mijn lepeltje bleef in mijn moeders besteklade en elke keer als ik mijn ouderlijk huis bezocht, stond het lepeltje klaar om mijn roerige leven een nieuwe draai te geven.
Toen mijn moeder het tijd vond om mij het lepeltje mee naar huis te geven, weigerde ik dat. Uit angst om mijn lepeltje en mijn echte thuis kwijt te raken. Uiteindelijk werd deze keuze mij ontnomen door haar overlijden. Het huis werd ontmantelt en ik dronk mijn laatste kopje koffie tussen de verhuisdozen van mijn vader. Ik roerde mijn verdriet om dit verlies weg en nam het lepeltje mee.

Nu ligt het lepeltje in mijn eigen lade. Het zilver is dof en één oortje is beschadigd. Door een val is de email opvulling van het oortje er uit gevallen en ik zie in het lepeltje mijn eigen gehavende ik. Met een beetje poetsen gaat het zilver wel weer glimmen, maar het is juist de doffe glans die het lepeltje zo mooi maakt.

Mijn oma, mijn opa, mijn moeder en mijn vader leven niet meer, maar het lepeltje is nooit vergaan. Elke keer als ik mijn melk door het kopje roer, zie ik mijzelf als dat meisje van tien. Dan vergeet ik even de zorgen die bij volwassenheid horen en dat maakt het lepeltje nu juist tot een zeer kostbaar bezit!

Postiljon 13-05-2010

13 mei 2010
By on 10:36
De kip, het ei, de schuld en de schuldvraag

Wat was er nu eigenlijk eerst, de kip of het ei? Deze vraag bestaat al zo ontzettend lang en sinds kort heb ik kennis gemaakt met een totaal nieuwe, absurde variant op dit fenomeen. Want hoe los je problemen op als de oplossing door het probleem in de weg wordt gestaan? Wat nu als je graag zou willen werken om schulden af te lossen, maar niet aan de bak komt omdat een werkgever jou plaatst in een risicogroep?
Is iemand met schulden dan echt sneller geneigd om te stelen of juist meer gemotiveerd om zijn of haar baan te houden? De conclusie van het bedrijf dat mij afwees om mijn financiële situatie is ronduit schokkend! Zonder enige toestemming of overleg werd mijn persoonlijke misère opengetrokken en kreeg ik mijn financiën voorgeschoteld, als ware het een zonde dat ik mijn hoofd niet boven water had kunnen houden in tijden van crisis.

Ja, ik heb schulden en nee, het is geen staatsgeheim. Ja, ik hang het niet aan de grote klok en nee, ik ben er ook zeker niet trots op. Waar ik wel trots op ben is dat ik de hoop nog niet heb opgegeven en dat ik keihard wil werken om mijn problemen zelf op te lossen. Maar als mijn problemen ongevraagd worden opgevraagd en vervolgens als excuus worden gebruikt om mij de kans niet te bieden op een betere toekomst, voel ik mij wel behoorlijk gediscrimineerd!

Is iemand zonder schulden dan wel zo betrouwbaar? Zal iemand met een royaal inkomen dan echt nooit iets stelen? Er zijn zat voorbeelden van vermogende bandieten die hun eigen portemonnee spekken over de rug van armlastigen, maar mensen met schulden worden in een hokje geplaatst en zonder pardon bestempeld als dieven.

Wat was er eerst, de schuld of de werkeloosheid? Hoe kan een eerlijk mens zijn schulden nog aflossen als de maatschappij ze daardoor als paria behandeld en hoe kan een mens nog eerlijk blijven als gewoon hard werken niet wordt beloond?

8 mei 2010
By on 14:23
Misruil

De verleiding van de uitverkoop kan behoorlijk groot zijn. Ik vind koopjes moeilijk te weerstaan en val keer op keer in de valkuil van aantrekkelijke kortingen. Winkelen doe ik het hele jaar door, maar mijn portemonnee trek ik alleen voor spullen waar aan een felgekleurd label hangt. Het kleur label bepaalt de prijs en mijn hart gaat pas sneller kloppen als het kleurtje van de vijftig procent tussen de rekken zie bungelen. Zeventig of meer mag ook, maar met minder neem ik geen genoegen, tenzij er een mooi , rond prijsje op staat gedrukt. Ik ben een koopjesjager in hart en nieren en weiger mijn garderobe aan te vullen met kleding uit de nieuwe collectie.

Gelukkig is de uitverkoop steeds minder seizoensgebonden. Of het nu zomer of winter is, er valt altijd wel ergens een voordeeltje te halen en zo kent mijn sport geen rust of winterstop. Ik sport gewoon het hele jaar door en bespaar mezelf daar behoorlijk wat geld mee.

Maar is dat wel waar? Neem ik mezelf niet in de maling en is goedkoop niet vaak gewoon een vermomming van duurkoop? Als spullen voor de helft verkocht kunnen worden, hoe vaak gaat het dan eigenlijk over de kop? Ik vraag me dit vaak af, maar vergeet het antwoord zodra ik voor een leuk prijsje kan scoren. Helaas kent deze koopjesdrang ook zijn keerzijde. Vaak laat ik me leiden door de prijs en ga ik te snel over tot aankoop. Het gevolg is een verzameling nutteloze gadgets, etenswaren die niet opkomen voordat de uiterste houdbaarheidsdatum is bereikt en een kledingkast vol miskopen.

De shirtjes die vreemd vallen, broeken die mij dik maken en bloesjes die mijn gezicht een vreemde uitstraling geven omdat de kleur mij absoluut niet past. Eens per jaar overzie ik het saldo van mijn foute doelpunten.

Tijdens een jaarlijks ruilavondje met vriendinnen, wisselen we namelijk onze verkeerd gekozen kleding uit. De avondjes zijn gezellig en geven altijd een goede aanleiding om mijn kasten op te ruimen. Dat ik de lege ruimte gelijk weer vol leg, neem ik dan gewoon voor lief. Maar als ik na de laatste ruilavond thuiskom met een shirtje dat ik voor mijn man wil showen, dringt het tot me door dat ik niet geschikt ben voor deze tak van sport als hij me aankijkt en me vraagt:

“Dat shirtje had je vorig jaar toch zelf gekocht? “

Postiljon 06-05-2010

6 mei 2010
By on 06:55